Belastingplichtigen die in 2025 zijn geëmigreerd of juist naar Nederland verhuisd, kunnen hun aangifte inkomstenbelasting 2025 doen van 1 mei tot 1 juli 2026. Het aangifteformulier M is dit jaar niet vanaf 1 maart beschikbaar, zoals bij de reguliere aangifte, maar 2 maanden later.
Als u aangifte inkomstenbelasting moet doen, ontvangt u in februari 2026 de aangiftebrief. Vanaf 1 mei 2026 kunnen wij dat het biljet voor u invullen en indienen. Het is wel zaak om de benodigde stukken op tijd aan te leveren.
De Hoge Raad[1] heeft geoordeeld dat het verhoogde percentage belastingrente voor de vennootschapsbelasting in strijd is met algemene rechtsbeginselen en daarom onverbindend is. Voor de inkomstenbelasting heeft de Hoge Raad geoordeeld dat het percentage (dat lager was dan van de vennootschapsbelasting) correct is vastgesteld. De staatssecretaris van Financiën schetst de gevolgen voor belastingplichtigen, de massaalbezwaarprocedures en de uitvoering door de Belastingdienst.
De inspecteur zal twee collectieve uitspraken doen. Voor de vennootschapsbelasting worden de bezwaren waarvoor de aanwijzing geldt gegrond verklaard; voor de inkomstenbelasting worden de massaalbezwaarzaken ongegrond verklaard. Uiterlijk op 26 februari worden beide uitspraken in de Staatscourant en op de website van de Belastingdienst gepubliceerd. Binnen zes maanden daarna worden de bestreden rentebeschikkingen waarin het verhoogde percentage is toegepast, verminderd tot het reguliere percentage. Ook openstaande verzoeken tot herziening van belastingrente bij voorlopige aanslagen worden toegewezen, mits aan de wettelijke voorwaarden is voldaan.
Nederlandse gepensioneerden die in Spanje wonen of daarvoor plannen hebben, maken zich zorgen over het aangekondigde nieuwe belastingverdrag tussen Nederland en Spanje. Staatssecretaris Heijnen van Financiën gaat voor een aantal voorbeeldgevallen in kaart brengen wat de gevolgen voor de belastingdruk zijn. Dat staat in antwoorden op Kamervragen.
Heijnen merkt hierbij op dat het gaat om gestileerde situaties en dat concrete individuele situaties hiervan kunnen afwijken. De voorbeelden worden gelijktijdig met de publicatie van het belastingverdrag met Spanje naar de Tweede Kamer gestuurd.
Het standaard maken van een volledige inschatting van de inkomenseffecten van de inwerkingtreding van een verdrag ter voorkoming van dubbele belasting is niet goed mogelijk, aldus Heijnen. Dit komt bijvoorbeeld door de complexiteit van buitenlandse belastingstelsels, het feit dat inkomenseffecten sterk afhankelijk zijn van persoonlijke omstandigheden en gegevens over ander buitenlands inkomen ontbreken terwijl dat inkomen wel van invloed is op het effect van de inwerkingtreding van het verdrag.
Er is met Spanje een ambtelijk akkoord over een nieuw verdrag ter voorkoming van dubbele belasting ter vervanging van het bestaande verdrag uit 1971. Het verdrag wordt openbaar bij de ondertekening, waarvoor in overleg met Spanje een geschikt moment wordt gezocht.