Belastingplan 2027
De minister-president, de minister van Financiën en de staatssecretaris van Financiën hebben op 29 september 2026 met een kamerbrief de Tweede Kamer geïnformeerd over de voorstellen op box 3, koopkracht werkenden en sociale zekerheid. Deze brief zal woensdag 30 september en donderdag 1 oktober 2026 in de Tweede Kamer worden besproken.
Het kabinet hoopt op een sociaal akkoord tussen werkgevers en werknemers. Indien de hervormingen die volgen uit de gesprekken tussen werkgevers en werknemers niet voldoende opleveren, zal het kabinet in het voorjaar van 2027 definitief bezien op welke wijze de besparingen gedekt worden binnen de uitgaven.
Vermogenswinstbelasting (voor circa 90%) per 2028
De coalitie zet in om via een novelle op het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement binnen box 3 zoveel mogelijk onder vermogenswinst te laten vallen. Hiermee wordt per 2028 de vermogenswinstbelasting uitgebreid naar alle financiële instrumenten (onder andere aandelen, obligaties en opties). Daardoor geldt voor het overgrote deel (circa 90%) van het vermogen met waardeontwikkeling in box 3 een vermogenswinstbelasting. Voor vastgoed en aandelen in start-ups en scale-ups geldt in die wet al een vermogenswinstbelasting. Onder de 10% vermogensbestanddelen die er niet onder vallen zouden bijvoorbeeld vorderingen op kinderen kunnen vallen. Het voorstel is verder dat vanaf 2030 voor alle vermogensbestanddelen in box 3 een vermogenswinstbelasting gaat gelden. Om dit alles mogelijk te kunnen maken, moet de novelle wel voor 31 december dit jaar aangenomen zijn in de Eerste Kamer.
Koopkrachtpakket en ruimte voor ondernemerschap
De in het Belastingplan 2027 aangekondigde bevriezing van de inkomensgrens voor het toptarief in box 1 wordt nu losgelaten. In 2027 wordt deze grens verhoogd van € 78.426 (voorstel in Belastingplan) naar € 80.578. Ook zal de algemene heffingskorting langzamer afbouwen dan was voorgesteld in het Belastingplan. De verhoging van de arbeidskorting wordt lager dan eerst voorgesteld en gaat naar € 133 in plaats van € 173. Het kabinet maakt verder geld vrij voor een fiscale investeringsreserve voor de agrarische sector.
Dekking voor veronderstelde budgettaire effecten van een vermogenswinstbelasting en koopkrachtaanpassingen
De dekking voor de verschillende voorstellen wordt gevonden binnen box 2 en 3. In de brief wordt hieromtrent het volgende voorgesteld:
- Voor de jaren 2027 tot en met 2030 wordt het hoge tarief van de tweede schijf in box 2 met 1,8%-punt verlaagd naar 29,2%. Gehoopt wordt dat dit leidt tot het doen van extra dividenduitkeringen vanuit de bv;
- Excessief lenen wordt in vijf stappen van € 80.000 per 2027 afgebouwd van € 500.000 naar € 100.000. Leningen voor de eigen woning blijven hier (vooralsnog?) niet onder vallen;
- Het heffingsvrij vermogen in box 3 wordt per 2027 teruggebracht naar €30.846 (niveau van 2020). Per 2028 geldt een heffingsvrij resultaat van € 1.000. Als voorbeeld wordt gegeven dat spaarders met een rente van 2% over de eerste € 50.000 van hun spaargeld geen belasting in box 3 betalen;
- Het forfait voor overige bezittingen (waaronder huurinkomsten en voordelen eigen gebruik van onroerende zaken, maar ook effecten en vorderingen) wordt in 2027 verhoogd met 1,5%-punt.